Margeboek.nl

Vergelijking

Kun je in jouw winkel beter de globalisatiemethode of de marge per goed gebruiken?

Door Gepubliceerd op Bijgewerkt op 7 minuten lezen

Werk in een Nederlandse winkel of werkplaats. Beeld bij het artikel: Kun je in jouw winkel beter de globalisatiemethode of de marge per goed gebruiken?
Beeld gegenereerd met kunstmatige intelligentie

Binnen de margeregeling bestaan twee manieren om de btw over je winstmarge te berekenen: per afzonderlijk goed of gebundeld per rubriek over een heel tijdvak. Welke van de twee bij jouw winkel past, hangt minder af van fiscale voorkeur dan van wat er dagelijks over je toonbank gaat. Deze vergelijking zet beide methodes naast elkaar op de punten die je in de praktijk voelt.

Twee routes naar hetzelfde bedrag

De margeregeling zelf staat niet ter discussie: bij gebruikte goederen, kunst, antiek en verzamelvoorwerpen reken je btw over je winstmarge in plaats van over de volledige verkoopprijs. Het verschil zit in de vraag op welk niveau je die marge bepaalt.

De marge per goed

Bij de individuele methode hoort bij elk voorwerp een eigen rekensom. Je legt vast wat je hebt betaald, je legt vast waarvoor het weggaat, en het verschil tussen die twee bedragen is de marge van dat ene voorwerp. Verkoop je met verlies, dan is de marge van dat voorwerp nul en niet negatief.

De methode is transparant tot op de kassabon. Iedereen die je administratie openslaat, ziet meteen welke schilderij, welke kast of welke fiets welk bedrag heeft opgeleverd. Daar staat tegenover dat elk voorwerp een eigen dossiertje krijgt en dus een eigen moment van invoer.

De globalisatiemethode

Bij globalisatie kijk je niet naar voorwerpen maar naar potten. Alle inkopen van een tijdvak binnen een rubriek gaan op een hoop, alle verkopen binnen diezelfde rubriek ook, en het verschil tussen die twee totalen is je marge over dat tijdvak. Deze methode mag voor bepaalde goederen, niet zonder meer voor je hele assortiment.

Komt er een negatief bedrag uit, doordat je meer hebt ingekocht dan verkocht, dan verdwijnt dat niet. Het schuift door naar het volgende tijdvak binnen dezelfde rubriek. Dat maakt globalisatie soepel voor winkels waar de voorraad in golven binnenkomt.

De vergelijking op zeven punten

Marge per goed en globalisatie naast elkaar
PuntMarge per goedGlobalisatiemethode
RekeneenheidElk voorwerp apartRubriek per tijdvak
Werk bij inkoopPrijs vastleggen per stukPrijs en rubriek vastleggen
Werk bij verkoopVerkoopprijs koppelen aan hetzelfde stukOpbrengst in de juiste rubriek boeken
Verlies op een voorwerpTelt niet mee, marge blijft nulVerrekent binnen de pot van de rubriek
Negatief saldoBestaat nietGaat mee naar het volgende tijdvak
NavertelbaarheidDirect tot op het voorwerpVia rubrieken en onderliggende stukken
Gevoelig voorVergeten koppelingenVerkeerd ingedeelde rubrieken

Wanneer de marge per goed beter uitpakt

Verkoop je weinig stuks met een flinke waarde per stuk, dan is de individuele methode meestal de rustigste keuze. Een antiquair die in een kwartaal enkele tientallen meubels, prenten of klokken verhandelt, kan die stuk voor stuk volgen zonder dat het werk uit de hand loopt.

De methode past ook goed als je voorwerpen lang op voorraad houdt. Een kast die anderhalf jaar in de winkel staat, hoort bij globalisatie in de inkooppot van het tijdvak waarin je hem kocht, terwijl de opbrengst pas veel later in een andere pot valt. Bij de individuele methode blijft inkoop en verkoop netjes aan elkaar geknoopt, hoe lang het ook duurt.

Een derde argument is uitlegbaarheid. Krijg je vragen over een specifieke transactie, dan trek je er precies dat ene dossier bij: de verklaring of factuur van de inkoop, de bon van de verkoop en het verschil ertussen. Welke gegevens er op zo'n inkoopstuk horen te staan, staat uitgewerkt in het overzicht van de wettelijke eisen aan de margeregeling.

Wanneer globalisatie de logische keuze is

Draai je volume met lage prijzen per stuk, dan wordt de individuele methode al snel onwerkbaar. Een kringloopwinkel die per week honderden voorwerpen inneemt en verkoopt, kan geen inkoopprijs per beker, per boek en per trui blijven koppelen aan een verkoopprijs.

Globalisatie is ook prettig bij inname in bulk. Neem je een hele inboedel over voor een bedrag in een keer, dan is er geen prijs per voorwerp om aan te knopen. In de pot van de rubriek past dat bedrag zonder kunstgrepen; in een individuele administratie moet je gaan verdelen, en die verdeling verzin je dan zelf.

Het derde voordeel is de verwerking van verlies. Wie tweedehands verkoopt, verkoopt regelmatig onder de inkoopprijs of moet spullen afschrijven. Bij globalisatie zakt dat gewoon in de pot; bij de individuele methode blijft de marge van dat voorwerp op nul staan terwijl het verlies fiscaal nergens landt.

Vier vragen die de knoop doorhakken

  1. Hoeveel voorwerpen gaan er per week in en uit? Bij tientallen per dag wordt koppelen per stuk een last, bij enkele per week juist niet.
  2. Wat is de gemiddelde inkoopprijs? Hoe hoger het bedrag per stuk, hoe meer een individuele vastlegging loont.
  3. Koop je los of in partijen? Bulkinname zonder prijs per voorwerp wijst richting globalisatie.
  4. Hoe lang ligt iets gemiddeld in de winkel? Lange doorlooptijden verspreiden inkoop en verkoop over verschillende tijdvakken en pleiten voor de individuele methode.

Vallen je antwoorden verschillende kanten op, dan is dat geen tegenstrijdigheid. Veel zaken hebben een deel van hun assortiment dat zich per stuk laat volgen en een deel dat zich alleen in rubrieken laat bijhouden. De keuze hoeft niet voor de hele winkel dezelfde te zijn, zolang je per rubriek vastlegt welke methode je toepast en je die keuze niet halverwege een tijdvak omgooit.

Wat de keuze kost aan werk

De individuele methode kost tijd bij elke transactie en bijna niets aan het einde van het tijdvak. Alles is al gekoppeld, dus optellen is de laatste handeling. Wie hier struikelt, struikelt over een verkoop die niet aan de juiste inkoop is gehangen.

Globalisatie kost weinig tijd per transactie en meer aandacht bij de opzet en de afsluiting. De rubrieken moeten kloppen, de verkopen moeten in de goede pot vallen en de negatieve saldi moeten netjes doorschuiven. Btw-aangifte gebeurt meestal per kwartaal, dus dat afsluitmoment komt vier keer per jaar terug.

Wat die uren in geld betekenen, en hoe dat zich verhoudt tot vaste maandkosten voor software, staat uitgewerkt in de doorrekening van de tijd en kosten van je margeadministratie. De uitkomst verschilt sterk per winkeltype, maar het patroon is steeds hetzelfde: veel kleine transacties maken handmatig koppelen duur.

Wat beide methodes gemeen hebben

Welke route je ook kiest, de inkoopkant verandert niet. Koop je van een particulier, dan is een inkoopverklaring vereist, en zonder dat stuk kun je geen marge onderbouwen. Koop je van een ondernemer, dan is zijn factuur het bewijs en moet duidelijk zijn of hij zelf de margeregeling heeft toegepast.

De bewaarplicht is in beide gevallen 7 jaar, en die telt niet alleen voor de berekening maar ook voor de stukken eronder. Ook het tarief blijft hetzelfde vraagstuk: het algemene tarief is 21 procent, het verlaagde 9 procent, en dat verschil hoort per rubriek of per voorwerp vast te staan voordat je gaat rekenen.

De methode bepaalt hoe je rekent, niet of je mag rekenen. Dat laatste hangt volledig aan het bewijsstuk van je inkoop.

Kun je later nog van methode wisselen?

Een overstap is geen kleine ingreep. Je verschuift van een administratie waarin elk voorwerp zijn eigen regel heeft naar een administratie waarin potten centraal staan, of andersom. Dat vraagt om een schoon snijvlak: een tijdvak sluit volledig af in de oude opzet en het volgende begint in de nieuwe.

Loopt er een negatieve marge mee uit een rubriek, dan moet je vastleggen wat er met dat saldo gebeurt voordat je overstapt. Wie dat overslaat, laat een bedrag verdampen dat later niet meer te reconstrueren is. Wil je de volgorde van handelingen bij globalisatie helemaal doorlopen, dan zet het stappenplan van inkoop naar aangifte met de globalisatiemethode die acht momenten op een rij.

De keuze vastleggen in je administratie

Wat je ook kiest, de keuze moet zichtbaar zijn in je systeem en niet alleen in je hoofd. Een rubriek zonder vastgelegde methode is een rubriek waarover discussie ontstaat zodra iemand anders de aangifte doet of de boekhouder ernaar kijkt.

Daarom werkt de margeadministratie van Margeboek met een methodekeuze per rubriek: je legt bij het aanmaken vast of je per goed of per pot rekent, en het tijdvakoverzicht rekent daarna volgens die keuze. Waarom die knop op rubriekniveau zit en niet op winkelniveau, licht Jimenez Julien toe op zijn auteurspagina.

Conclusie: laat je assortiment de methode kiezen

Er is geen methode die altijd wint. Weinig stuks met een hoge waarde en een lange doorlooptijd vragen om een marge per goed; veel stuks met kleine bedragen en inname in partijen vragen om globalisatie. De fout die je wel altijd kunt maken, is per rubriek geen keuze vastleggen en aan het einde van het kwartaal alsnog gaan improviseren.

Wil je weten welke verdeling bij jouw voorraad past, dan denken we graag mee. Margeboek houdt beide methodes naast elkaar bij, per rubriek en per tijdvak, inclusief de saldi die doorschuiven. Beschrijf je winkel en je assortiment via het contactformulier, dan lopen we samen je rubrieken langs.

Verder lezen